Nummer Systeemtheoretisch Bulletin

Breuken en betrokkenheid in gezinnen

Artikels
Reijmers, Ellen, Redactioneel, 2016, XXXIV(3), 247-250, redactioneel
Cottyn, Lieve, Gevangen in hoog conflict na scheiding. De worsteling voor een constructieve houding in een destructief veld, 2016, XXXIV(3), 251-275, artikel

Chronische ruzie tussen ouders na scheiding heeft zo’n zuigend effect dat niet alleen betrokkenen en hun netwerk, maar ook professionals er hopeloos in verstrikt kunnen raken. Zolang de conflictspiralen niet kantelen, blijft alles bij hetzelfde: niet luisteren, niet beluisterd worden, beschuldigen en zich persoonlijk aangevallen voelen. Hoe kan je als hulpverlener weerwerk bieden aan deze ingewikkelde relatiedynamieken? Dat weerwerk houdt een voortdurende worsteling in voor een constructieve positie in een destructief veld. In dit artikel beschrijf ik enkele ingrediënten voor een kwaliteitsvolle werkrelatie en visie die professionals kunnen steunen om uit de strijd te blijven en hulpverleningsmogelijkheden te blijven zien. Ik leg de klemtoon op houdingsaspecten en positionering. Het gaat over een reflecterende houding die zowel directief is als transparant en nieuwsgierig.

Beckers, Willem, Netwerkversterking als antigif voor de strijd bij hoogconflicten na scheiding, 2016, XXXIV(3), 277-293, artikel

Bij (hoog)conflict na scheiding is het van belang te werken aan de ervaring van een constructieve en stevige ouderidentiteit. Dit helpt de ouders om zicht te blijven houden op het welzijn van hun kinderen.
Maar ouders leven niet op een afgesloten eiland. Zij hebben te maken met een heel ‘parlement aan gedachten’, bestaande uit de visies en opmerkingen van vele betekenisvolle anderen. Deze beïnvloedingen wegen sterk door op de relatie die een ouder heeft met de andere ouder. En dit heeft weer effect op de zorg voor de kinderen.

In dit artikel belicht ik de invloed van het netwerk bij conflicten na scheiding en het belang van het verkennen van en werken met de vele stemmen in het netwerk van gescheiden ouders. Deze aandacht voor contextinvloeden doorprikt de idee van de ‘onwelwillende ouder’, en plaatst de conflicten en het temperen daarvan in een veld van vele beïnvloedingen en betekenissen. Ik beschrijf enkele onrechtstreekse en rechtstreekse mogelijkheden om dit parlement’ te gebruiken, in de richting van een de-escalerende gemeenschap die het ouderschap constructief helpt dragen. Professionals krijgen daarmee mogelijkheden aangereikt om het sociale netwerk te betrekken in de samenwerking met gescheiden ouders.

Janssen, Ilse, Ouderidentiteit onder druk na partnerscheiding, 2016, XXXIV(3), 295-308, artikel

Het woord partnerscheiding impliceert een momentane, feitelijke gebeurtenis. Het is ook een statisch begrip. Je bent gescheiden of niet. Dat klopt op zich, maar nergens staat vermeld dat scheiden ook een proces is dat jaren duurt. Dat in een scheidingsproces vele betrokkenen geraakt worden en dat scheiden naast een verandering in burgerlijke status een emotioneel proces impliceert dat vele lagen en dynamieken kent. Er zijn diverse sociale perspectieven op en verwachtingen over ouderschap na scheiding die druk uitoefenen, waarbij polarisaties kunnen ontstaan die ouders en hun netwerken raken en waarvan de effecten, vaak ongewild, bijzonder destructief kunnen zijn.
Na een scheiding staan ouders er alleen voor en moeten ook het ouderschap alleen vormgeven. Vaak zijn het ongeschreven regels die voorschrijven hoe dat ouderschap eruit moet zien. Emoties en kwetsuren spelen bij een scheiding een belangrijke rol en maken dat men verstart en weinig flexibel wordt, met alle conflicten van dien.
In dit artikel schets ik de druk die ouders kunnen ervaren op ouderschap na scheiding en hoe hierdoor hun ouderidentiteit kan veranderen. Ik onderzoek de sociale vertogen die het vinden van een omgangsregeling mee beïnvloeden. Ik houd een pleidooi voor vele vormen van ouderschap, voor een breed vizier en voor flexibiliteit in de manier waarop men naar regelingen kijkt.

Streep, Sandra, Scheiden, een proces van vallen, opstaan en weer doorgaan. Ervaringen van een gescheiden moeder, 2016, XXXIV(3), 309-320, artikel

Wat ik geschreven heb, gaat over een proces van jaren. Het geeft weer hoe ik als gescheiden mama al vele jaren worstelde (en eigenlijk nog steeds) worstel met opvoedingsvragen over mijn kinderen. Soms waren het luchtige vraagstukken en leek het gewoon, maar vaak was het moeilijk en lastig en was ik voortdurend aan het twijfelen over wat ik zelf dacht of voelde, en wat het beste was voor mijn kinderen.

Ik heb een dochter, Lotte, die achttien jaar is, en een zoon Jonas die bijna zestien is. Sinds 2009 ben ik gescheiden van hun papa, nu al meer dan zeven jaar geleden. Lotte was toen net geen elf jaar en zat in het vierde leerjaar, Jonas werd bijna negen en zat in het tweede.

Zelf heb ik heb mijn scheiding ervaren als een enorme opluchting en wegvallen van enorm veel stress die zich tijdens het huwelijk voordeed. Achteraf beschouwd waren we gewoon twee mensen die elk, sinds onze twintiger jaren, enorm veranderd waren, en dan vooral in volledig verschillende richtingen. Maar ondanks dit ‘nieuwe begin’ voor mezelf, heb ik enorm onderschat welke nieuwe zorgen er in de plaats kwamen. Een scheiding kreeg ik nog wel verteerd en verwerkt, maar wat dit met de kinderen deed en nog steeds doet, kon ik toen nog niet inschatten. Lotte die het moeilijk had met wisselmomenten, Jonas die nooit vertelde hoe hij zich voelde, en nog veel meer emotionele vraagstukken werden me sindsdien gepresenteerd.

Poels, Veerle, Van gangster/vader naar vader/gangster: de invloed op lange termijn van een houding van aanvaarding, afstemming en aanmoediging, 2016, XXXIV(3), 321-326, column
Splingaer, Greet, Werken aan hechting en binding in gezinstherapie. De zoektocht van Kleine Ik en Grote Ik, 2016, XXXIV(3), 327-347, artikel

In dit artikel presenteer ik een werkwijze om samen met ouders en kinderen te spreken en te denken over hechting en binding, over kwetsbare en gekwetste verbindingen. Ik ga op zoek hoe we samen met gezinnen taal kunnen geven aan ervaringen van kwetsbaarheid en van weerbaarheid, hoe we een veilige ruimte kunnen creëren om ervaringen van verlies, breuken en pijn, maar ook van herstel, kracht en groei te exploreren. Metaforisch taalgebruik kan helpen om de unieke hechtingsverhalen en -ervaringen van ouders en kinderen op een bredere en rijkere manier in het gesprek te brengen.
Het introduceren van metaforen zoals ‘Kleine Ik en Grote Ik’ geeft de mogelijkheid om samen met gezinnen hechtingsscripts te visualiseren, te bespreken en bij te sturen. Ik sta stil bij hoe concepten zoals sensitieve afstemming, wederzijdse emotionele beschikbaarheid, mentaliseren van hechtingsnoden en transgenerationele hechtingsscripts in woord en beeld kunnen gebracht worden.

Bracke, Sabine, Een breed vizier op hechten. Reflecties bij het boek 'Eerste hulp bij hechting. Taal voor ouders en hun jonge kind'. Paulien Kuipers. De Tijdstroom. 2015, 2016, XXXIV(3), 349-361, schijnwerper

Toen ik het boek zag, werd ik enthousiast van de ondertitel Taal voor ouders en hun jonge kind. De kracht van taal toont zich vaak in mijn pleegzorgbegeleidingen, waar ik samen met kinderen woorden probeer te vinden voor hun soms zo moeilijke voorgeschiedenis en met ouders op zoek ga naar verhalen waarin ze ondanks alles toch een ‘goede ouder’ kunnen zijn. Het vooruitzicht van nieuwe ideeën op dit vlak prikkelde mijn nieuwsgierigheid. De titel van het boek, en vooral de woorden ‘eerste hulp bij’ en ‘voor ouders’ creëerden bij mij ook een zekere verwachting over de toepasbaarheid ervan. Ze doen denken aan: laagdrempelig, gemakkelijk te leren, voor iedereen toegankelijk, een snelle interventie waardoor je weer verder kan. Wat meteen ook kritische bedenkingen oproept omdat het gaat over hechtingsproblemen.
Er zijn immers al talloze boeken gewijd aan wat te doen wanneer de hechting onveilig is of aan desastreuze effecten van onveilige hechting. Een boek met als titel Eerste hulp bij lijkt dan ook voorbij te gaan aan de complexiteit van menselijke verbindingen. Met een gevoel van aantrekken en afstoten (om het hechtingsjargon te gebruiken), nieuwsgierig en kritisch, nam ik het boek ter hand. Het lezen van dit boek heeft geleid tot enkele kritische reflecties op de manieren waarop naar hechting gekeken wordt.

Van Daele, Mieke, Gravesteijn, C., & Aartsma, M. (Red.) (2015). Meer dan opvoeden. Perspectieven op het werken met ouders. Bussum: Uitgeverij Cotinho, 2016, XXXIV(3), 363-370, recensie
Fondelli, Thomas, van Weeghel, J., Pijnenborg, M., van 't Veer, J., & Kienhorst, G. (Red.) (2016). Handboek destigmatisering bij psychische aandoeningen. Principes, perspectieven en praktijken, 2016, XXXIV(3), 371-378, recensie