Nummer Systeemtheoretisch Bulletin

Tussenmenselijk geweld

Artikels
Reijmers, Ellen, Redactioneel, 2017, XXXV(2), 133-136, artikel
Goris, Sarah, Werken in groep met agressiefeiten. Een rijkdom aan perspectieven, 2017, XXXV(2), 137-154, artikel

Groepstherapie staat de afgelopen jaren steeds meer in de belangstelling. Ook binnen de forensische hulpverlening is er een toenemende interesse voor deze vorm van therapie. In dit artikel geef ik een kijk in systeemtheoretisch geïnspireerde groepen met daders van agressiefeiten die een leerstraf opgelegd kregen. Binnen het forensisch werken is het altijd zoeken naar een evenwicht tussen steunen en confronteren, tussen erkenning geven aan de last van de dader enerzijds en het bespreekbaar maken van verantwoordelijkheid, eigen aandeel en herstel anderzijds. Een groep kan in beide opzichten versterkend werken. De opzet en thema’s van de groepssessies en de houding van de therapeut ondersteunen een groepsdynamiek waarbij de feedback van groepsleden helend en confronterend wordt.

Neyens, Kelly, Van weerstand naar werkrelatie.Contact maken met forensische jongeren, 2017, XXXV(2), 155-171, artikel

In een gemeenschapsinstelling komen jongeren terecht waarvan de jeugdrechter oordeelt dat ze, door hun betrokkenheid bij strafbare feiten, het signaal moeten krijgen dat dergelijk gedrag niet thuishoort in de maatschappij. Hulpverleners staan voor een grote uitdaging. Enerzijds omdat ze geconfronteerd worden met weerstandige pubers in een gedwongen hulpverleningscontext. Anderzijds omdat de maatschappelijke reactie op jongeren die feiten plegen vaak repressief is. Als hulpverlener ontkom je niet aan deze maatschappelijke druk. Toch probeert men in de gemeenschapsinstellingen de meest geschikte hulpverlening te bieden met als bedoeling gedragsverandering en recidivevermindering te bewerkstelligen.

In dit artikel wordt stilgestaan bij de idee dat methodieken of behandelingsprogramma’s alleen effectief kunnen zijn als er sprake is van een goede werkrelatie tussen de jongere en de hulpverlener. De blik verruimen naar de effecten van de organisatie van gemeenschapinstellingen op het welbevinden van de jongere en ook breder kijken dan het daderschap van de jongere, ondersteunen de werkrelatie.

Vermeire, Sabine, Tienerterreur, 2017, XXXV(2), 173-189, artikel

Jongeren hanteren soms vormen van geweld om hun ouder(s) te veranderen, zaken af te dwingen of hun eigen weg te gaan. Straffen, belonen, smeken of negeren zijn ouderlijke antwoorden om orde op zaken te stellen die vaak niet meer werken. Ouders en jongeren geraken meer en meer opgesloten in een allesomvattende machteloosheid en belanden in interacties die meer van hetzelfde opleveren. De moeilijkheid is: hoe kunnen we als hulpverlener een spreekcontext creëren zonder deze geweldpraktijken te reproduceren? Hoe kunnen we deze jongeren uitnodigen hun moreel potentieel uit te breiden in plaats van zelf moraalridder te worden? In dit artikel neem ik jullie mee in een narratieve werkwijze om de jongere stap voor stap opnieuw te verbinden met wie en wat belangrijk voor hem zijn zodat een besef van relationele verantwoordelijkheid mogelijk wordt.

De Sterck, Stein, Directief en sturend werken is ook steunend. Hulp bieden aan jonge plegers en hun ouders in tijden van crisis, 2017, XXXV(2), 191-205, artikel

Wanneer een kind kindermishandeling onthult of een ouder ontdekt het, gaat het gezin vaak in crisis. Vanzelfsprekendheden zoals veiligheid, liefde, vertrouwen en de toekomst van het gezin komen op losse schroeven te staan.

Vanuit mijn werk met jonge plegers van seksueel geweld en hun ouders, merk ik dat er op deze momenten veel nood is aan sturing. Vooral in mijn (crisis)werk met jonge plegers krijg ik vanuit een ‘weten-positie’ doelgerichter een individueel en relationeel resultaat. Het innemen van een directieve positie, de regie strak in handen houden om van daaruit de persoon van de pleger een stem te geven, levert nadien heel vaak prachtige herstelgesprekken op. In dit artikel neem ik jullie graag mee doorheen een hulpverleningstraject. Ik leg de nadruk op directief en sturend werken vanuit een oprechte houding van de therapeut. Dit verschaft jonge plegers en hun gezin gerichte handvatten om in een crisis het hoofd boven water te houden. Het voortdurend innemen en bewaken van de triadische positie vormt hierbij een belangrijk en krachtig werkinstrument.

Marres, Philip, Rolwissel, 2017, XXXV(2), 207-211, column
Nuytens, Lize, Doe eens iets anders! Een persoonlijke zoektocht in de forensische jeugdpsychiatrie, 2017, XXXV(2), 213-229, casuïstische mededeling

Dit artikel gaat over mijn eigen proces tot therapeut en botsingen die ik onderweg tegenkwam. Het is een persoonlijke zoektocht in een niet zo’n gewone werkplek met wat men een ‘complexe doelgroep’ noemt. En ondanks alles kan ik na al die jaren zeggen dat het mij nog steeds uitdaagt, ook al blijft het zoeken en soms zwoegen. Om blij te zijn met kleine successen en de lat vooral niet hoog te leggen ondanks torenhoge verwachtingen.

Simons, Mirjam, Vrouwenopvang: indirect en gezinsgericht werken aan veiligheid, 2017, XXXV(2), 231-244, casuïstische mededeling

Op een onrechtstreekse manier werken met gezinnen in de vrouwenopvang kan heel helpend zijn voor het versterken van de gezinsidentiteit en welzijn van het gezin. In dit artikel illustreer ik met twee praktijkvoorbeelden hoe juist daardoor onderwerpen als geweld en veiligheid besproken kunnen worden en er gewerkt kan worden aan herstel en verandering. Eerst schets ik kort mijn werkcontext, de vrouwenopvang en de ontwikkelingen daarin. Vervolgens zet ik uiteen hoe ik vanuit mijn ervaring in het werken met gezinnen aankijk tegen de thema’s ‘veiligheid’ en ‘trauma’. Ten slotte geef ik enkele handvatten en illustraties voor indirect werken rond deze onderwerpen.

Willems, Annemie, Werken met intrafamiliaal geweld op de eerste lijn: mogelijkheden en dilemma’s, 2017, XXXV(2), 245-258, casuïstische mededeling

Ik heb geen graad van therapeut en als systeemdenker stel ik niet veel voor, maar ik ben wel een grote fan. In mijn dagelijks functioneren op de semi-eerste lijn heb ik veel aan wat ik door de jaren over het systeemdenken opstak en altijd weer ben ik gecharmeerd door hoeveel ademruimte en verrassende ingangen je in cliëntsituaties krijgt als je ruimer kijkt dan de zogezegd vastliggende posities en patronen, als je identiteit als iets plastisch beschouwt en oog hebt voor sociale perspectieven en contextverschillen. Altijd weer ben ik verbaasd dat een onschuldige belangstellende vraag percepties kan uitdagen en visies kan doen kantelen. Met twee korte casusbeschrijvingen wil ik daarvan iets laten zien.

Poels, Veerle, De tentakels van hoog conflict tussen ouders na scheiding: een illustratie, 2017, XXXV(2), 259-281, casuïstische mededeling

Deze casus illustreert dat vanaf het moment van aanmelding de messen geslepen zijn van het (hoog) conflict waar ouders na hun scheiding in vastgelopen zijn. De therapeut moet van in het begin, zelfs nog vóór het ontmoeten van de ouders, duidelijk en vasthoudend zijn in het overbrengen van een bepaalde attitude tegenover het conflict om uit de conflictsfeer te blijven. Deze houding is tweeledig: een constante reflectie op wat men doet/zegt of niet doet/zegt dat het conflict kan escaleren én transparant blijven naar de ouders over het doel van onze samenwerking. In het werken met dit ouderpaar werd het een worstelen om uit de tentakels van het conflict te blijven. In deze reflectie probeer ik – achteraf − greep te krijgen op het proces, op wat er gebeurde met de goede intenties van therapeut en ouders en de communicatieve valkuilen die ik onderweg tegenkwam. Hieruit blijkt dat mijn poging om de ouders en mezelf radicaal anders te positioneren, autonoom van de strijdweg en uit de druk van het juridische discours, niet echt is gelukt.

Cottyn, Lieve, Schijnwerper op parentificatie, 2017, XXXV(2), 283-295, schijnwerper

De term parentificatie lijkt aan een opleving toe. In de context van jeugden gezinshulpverlening komt het begrip parentificatie voor als een vorm van verontrustende diagnose. Maar gaat het bij parentificatie wel over pathologie? Waar ligt de grens tussen stoornis en normaliteit? Ik besloot om me in dit onderwerp te verdiepen. Een poging om meer greep te krijgen op dit vaag gedefinieerde fenomeen.